{{excerpt characters="450"}}

Een medogenloze zoektocht naar efficiëntie

In dit artikel onderzoeken we hoe we ons als 'Homo Sapiens' ontwikkelden en wat de rol van energie hierin was. We gaan efficiënter om met energie en met informatie. We ontwikkelen sociale instellingen die ons toelaten om beter sociaal te schalen.

Een medogenloze zoektocht naar efficiëntie

Yuval Harari vertelt in zijn boek 'Sapiens' uit 2015 de geschiedenis van de mens. Hij deelt onze geschiedenis sinds de Oerknal onder in vier categorieen die elk door een specifiek vakgebied onderzocht worden. Zo’n 13,8 miljard jaar geleden ontstond materie, energie, tijd en ruimte. Dit verhaal wordt verteld door de fysica. Ongeveer 300,000 jaar later is de temperatuur in onze kosmos genoeg gezakt waardoor materie en energie specifieke structuren beginnen te vormen die we atomen noemen en die op hun beurt moleculen vormen. Dit is het vakgebied van de chemie. 3,8 miljard jaar geleden vormen op onze planeet complexere levende organismen bestaande uit specifieke combinaties van moleculen. Dit verhaal wordt verteld door de biologie. Tot slot, vormden de eerste mensen zo’n 70,000 jaar geleden nog complexere structuren die we cultuur noemen. Deze ontwikkeling wordt onderzocht door historici.

De energieconsumptie van een primaat

Zo'n 6 miljoen jaar geleden leefde ergens in Afrika een enkele moeder-chimpansee waarvan de twee kinderen respectievelijk ouders zouden worden van 2 aparte soorten, de 'Pan' familie aan de ene kant (chimpansees) en de 'Homo' familie aan de andere kant (mensen). De eerste belangrijke aanpassing die we maakten was rechtop leren lopen (bipedie). Deze evolutie was een traag en gradueel proces van wellicht miljoenen jaren met verschillende evolutionaire drijfveren. Volgens Lovejoy (1988) is de meest waarschijnlijke verklaring een verschil in energie-kost.[1] Een studie van Sockol, Raichlen en Pontzer (2007) bevestigt dat menselijk rechtop lopen 75% minder energie gebruikt dan chimpansees.[2] Het is onmogelijk om deze aanpassing toe te schrijven aan een enkele, specifieke reden maar het zette een domino effect in gang van andere evolutionaire aanpassingen.

Bipedalisme heeft het grote voordeel dat onze handen vrijkwamen. Het wordt makkelijker om voedsel mee te dragen in plaats van het onmiddellijk te moeten consumeren. Onze vrijgekomen handen konden we gebruiken om houten en later stenen hulpmiddelen te hanteren. Geleidelijk aan krijgen we grotere hersenen wat ons toelaat om sociaal complexere structuren te ontwikkelen (of liep de causaliteit omgekeerd?). Vrouwen hebben hier het meest onder geleden. Smallere heupen en grotere hoofden leidden tot vroegere geboortes. Het opvoeden van een hulpeloze baby vereist organisatie en samenwerking en we cultiveren meer en meer vaste man-vrouw relaties. Vandaag hebben we kinderopvang maar toen hadden we enkel onze naaste familie en groepsleden. We waren verplicht om sterke sociale relaties te onderhouden. We leren om samen te werken en om te specialiseren. Dit was uiteraard geen specialisatie zoals we vandaag kennen en het was een zeer traag en gradueel proces over vele generaties.[3]

Grotere hersenen vereisten opnieuw een hogere inname van energie en geleidelijk aan pasten we ons dieet aan om onze grijze hersenmassa te voorzien van stroom. We waren oorspronkelijk een compleet onbelangrijk dier, ergens in het midden van de voedselpiramide. Meestal wachtten we simpelweg onze beurt af om aan tafel te schuiven en vonden we met onze hulpmiddelen nog wat merg in een uitgehold karkas. Recent onderzoek stelt dat we sinds 400,000 jaar geleden beenderen met merg opsloegen en een voorraad leerden aanleggen. Generatie per generatie kwam er verandering in onze status als roofdier en we werkten ons op tot de meest gevreesde soort op onze planeet. De oudste stenen werktuigen dateren van 3,3 miljoen jaar geleden.[4] We begonnen met messen en bijlen en leerden gaandeweg effectievere wapens en strategieën gebruiken. Onze hersenen vereisten meer en meer energie en we aten meer en meer vlees om die energie te voorzien.[5] Een andere mogelijkheid is dat we om te overleven gedwongen werden om sociaal complexere structuren te onderhouden, waardoor we meer vlees begonnen te eten en grotere hersenen ontwikkelden.

Een belangrijk element in deze evolutie was de domesticatie van vuur. Hoewel het moeilijk is om juist vast te stellen wanneer we dit leerden, zijn er aanwijzingen dat we reeds 1,9 miljoen jaar experimenteren met het koken van voedsel. Dit zet een cyclus in gang in ons metabolisme waardoor meer energie naar onze hersenen kan gaan maar het zorgt eveneens voor sociale veranderingen. Aangezien we voor het eerst een overschot aan voedsel kunnen bewaren, wordt het bewaken van onze voorraden belangrijker. Het is het begin van een versnelde socialisatie en het kan ook een belangrijke impact gehad hebben op de ontwikkeling van taal in de uren die we rond het kampvuur doorbrengen (samen met aanpassingen van onze kaken en tanden door ons gradueel veranderend dieet). Tot slot hebben we op termijn ook door dat we materialen kunnen behandelen met vuur om composieten te creëren en dat we vegetaties op grote schaal kunnen manipuleren.[6]

Seven million years of human evolution – American Museum of Natural History

Deze evoluties betekenden dat we geen aasgieren bleven. We werkten ons op in de voedselpiramide. Beter gebruik van vuur, betere samenwerking, betere jachttechnieken gaf ons een hoger rendement op onze tijds- en energiebesteding. Zo’n 45,000 jaar geleden raakten we tot in Australië en niet veel later sterft het megafauna op dit continent uit. Ongeveer 16,000 jaar geleden settelen we ons in Amerika en opnieuw blijft er na amper 2000 jaar weinig van over. Zo’n 34 van de 47 soorten van grote landdieren in Noord-Amerika verdwijnen. In Zuid-Amerika sterven 50 van de 60 soorten uit. Harari stelt dat het niet vergezocht is om te denken dat wij hier voor iets tussen zitten. Smil nuanceert en stelt dat dit door een combinatie van verschillende factoren is. Zowel veranderingen in klimaat en vegetatie als menselijke oorzaken zoals jagen en vuur speelden een rol.

Het is makkelijk om te vergeten, maar voor het grootste deel van onze geschiedenis waren wij niet de enige mensensoort op deze planeet. Onze belangrijkste familieleden waren de Homo Erectus (vanaf 1,8 miljoen jaar geleden) en de Homo Habilis. De eerste Homo Sapiens situeren we rond 190,000 jaar geleden. De Neanderthalers verdwenen zo'n 30,000 jaar geleden en een aantal geïsoleerde soorten redden het nog tot 12,000 jaar geleden. Sindsdien zijn wij, als Homo Sapiens, de enige overblijvende mensensoort en zijn de Chimpansees onze dichtste familie.

Voor de volledigheid moeten we vertellen hoe wij als Homo Sapiens de enige overblijvers van onze soort zijn geworden. Er zijn twee theoriën. De ‘Interbreeding' theorie stelt dat Neanderthalers en Sapiens samen kinderen hadden en ons DNA uiteindelijk combineerde. De ‘Replacement’ theorie is minder romantisch en stelt dat onze noorderburen uitstierven wegens een gebrek aan voedsel of zelfs genocide. Zoals vaak ligt de waarheid wellicht ergens in het midden en we weten vandaag dat 1 tot 4% van het DNA van Europeanen nog afkomstig is van de Neanderthalers. De belangrijkste conclusie is wellicht dat er op zich geen groot verschil was tussen ons en hen. We waren net iets slimmer, net iets socialer en dit marginaal voordeel in een generatie bezegelde over vele generaties het lot van onze verre neven. We waren met te veel en palmden de beste gebieden over de hele wereld in.[7]

De cognitieve revolutie

Toch was er volgens Harari een wezenlijk verschil waardoor wij slimmer waren. Tussen 70,000 jaar en 30,000 jaar geleden leren we denken en communiceren op een nieuwe, efficiëntere manier. Dit is wat Harari de Cognitieve Revolutie noemt en het is het startpunt van onze geschiedenis en van onze cultuur. De werking van ons brein muteert en zorgt ervoor dat we een nieuw soort taal ontwikkelen. Quasi ieder levend organisme heeft manieren om te communiceren maar voor ons zijn de mogelijkheden eindeloos. We leren om een betekenis te geven aan een combinatie van geluiden of gebaren die afzonderlijk geen enkele betekenis hebben. We leren om abstract te denken. Dit maakt het mogelijk om veel betere informatie met elkaar te delen en sociale relaties met elkaar te onderhouden. Het geeft ons een voordeel bij de jacht. Het geeft ons eveneens de mogelijkheid om te roddelen en tot op vandaag is er weinig dat we liever doen. Roddelen cultiveert een intieme band en neemt ongeveer de functie over van vlooien uit elkaars vacht plukken bij andere primaten. Als je nog wat tijd wilt vinden om voedsel te zoeken in een groter wordende groep, dan ben je maar beter efficiënt in het onderhouden van sociale relaties.[8]

Het belangrijkste aspect van deze cognitieve revolutie is echter niet dat het ons in staat stelt om informatie over vijanden, prooi en relatieperikelen te delen, maar dat het ons in staat stelt om een betekenis te geven aan dingen die niet bestaan. We ontwikkelen legendes, mythes, rituelen, goden en religies. De mogelijkheid om over fictie te spreken is wellicht het belangrijkste kenmerk van onze soort. Waarom hebben we er collectief voordeel bij om individueel te geloven in fabeltjes? Het stelt ons in staat om ons te organiseren in grotere groepen dan de gemiddelde chimpansee of Neanderthaler.

Zonder deze nieuwe mogelijkheden zouden we ons moeilijk kunnen organiseren in groepen die groter zijn dan 150 mensen. Primaten zijn sociale dieren en het onderhouden van die sociale relaties zijn kostelijk. Het kost ons tijd en energie. We plukken al lang geen vlooien meer uit elkaars vacht, roddelen neemt deze functie over. De grootte van onze neo-cortex (in onze hersenen) zet een limiet op de grootte van een groep apen waar we actief kunnen van bijhouden wie iedereen is en wat hun relatie tot elkaar is. Dit leidt tot een groep die elkaar vertrouwt en vertrouwen de basis van elke manier van coöperatie en samenwerken.

dunbar
Getal van Dunbar: Dunbar stelt dat er een correlatie is tussen de relatieve grote van de neocortex en de gemiddelde grote van de sociale groep waarin we leven.

Sociale schaalbaarheid

Instellingen zoals religies, natiestaten en geld laten ons toe om samen te werken met een aanzienlijk grotere groep mensen. Het leidt tot sociale schaalbaarheid. Iedere vorm van menselijke samenwerking op grote schaal, zij het een Romeinse stad, een middeleeuwse feudale staat of een moderne natiestaat vertrekt altijd vanuit een collectieve mythe die enkel bestaat in onze gedeelde verbeelding. Er bestaan in ons universum geen goden, naties, rechtspraak of geld buiten de grenzen van onze verbeelding.[9]

We kunnen dit concept makkelijk inzien als we denken aan maatschappijen en mensen die rond een kampvuur dansen om een zon- of regengod te aanbidden, maar het is moeilijker om dit te zien in onze huidige instellingen, die we liever als 'compleet' zien. Dat is ook logisch, want het is onze enige houvast zonder alternatief. Maar dit is wel waar het op neer komt: de manier waarop we met elkaar samenwerken is enkel gebaseerd op gedeelde mythes en verhaaltjes. Verandering of vooruitgang van de mensheid gebeurt enkel wanneer we beslissen om andere verhaaltjes te vertellen en niet langer omdat ons DNA muteert.

Onze instellingen (religie, natiestaten, wetgeving) zijn relaties of gedeelde ondernemingen waarin verschillende mensen geregeld participeren en omvatten gewoontes, regeltjes of gebruiken die het gedrag van de deelnemers beperken of sturen. De sociale schaalbaarheid van een instelling is niets anders dan de mogelijkheid van die gewoontes, regeltjes of gebruiken om de cognitieve limiet van onze hersenen te overstijgen en samenwerking met meer dan 150 apen mogelijk te maken. Dat we niet op die manier nadenken over onze huidige instellingen is dus logisch want het zit in de definitie van sociale schaalbaarheid. Een instelling laat ons toe om sociaal te schalen zonder dat we er moeten over nadenken.

Alfred North Whitehead stelde het als volgt:

“Het is een diepgeworteld en onjuist cliché, herhaald in alle boeken en door eminente mensen wanneer ze toespraken houden, dat we de gewoonte moeten cultiveren om na te denken over wat we doen. Precies het tegenovergestelde is het geval. Civilisatie gaat erop vooruit door het aantal belangrijke operaties te verhogen die we kunnen uitvoeren zonder erover na te denken.”

Innovaties in sociale schaalbaarheid verminderen onze kwetsbaarheid ten opzichte van medestaanders, tussenpersonen of buitenstaanders in onze activiteiten en ondernemingen. Het verlaagt de nood aan vertrouwen die we nodig hebben om met elkaar samen te werken. Sociale schaalbaarheid gaat over manieren waarop deelnemers kunnen denken over en reageren op andere deelnemers binnen een bepaalde instelling terwijl de verscheidenheid en het aantal deelnemers in een instelling toeneemt. Innovaties in sociale schaalbaarheid verlagen onze cognitieve kost. We transfereren een functie van ons brein naar een gedeelde instelling zodat we onze cognitieve kost (energie) verlagen en tegelijk de waarde verhogen van informatie die we met elkaar delen.[10]

Er zijn innovaties die een individu binnen een instelling toelaten minder vatbaar te zijn aan gedrag van soortgenoten, tussenpersonen of buitenstaanders. Een tweede soort zijn innovaties die een grotere groep deelnemers in staat stelt om informatie accurater te verzamelen of beter te verdelen. Een derde innovatie stelt ons in staat om makkelijker relaties te vinden die wederzijds voordelig zijn. De geschiedenis van de mens valt te zien als een reeks innovaties in bovenstaande zin die onze sociale schaalbaarheid verhogen.

Onze taal en de mogelijkheid om te geloven in fictie en mythes waren een eerste belangrijke innovatie in sociale schaalbaarheid die ons in staat stelde om ons in grotere en complexere groepen van mensen te organiseren om te jagen, te handelen en te leven. Het gaf ons een mogelijkheid om onze cognitieve limiet te overstijgen die de Neanderthalers niet (of in mindere mate) hadden. Vanaf dat moment werden onze mogelijkheden quasi eindeloos. Naast taal kunnen we nog een andere innovatie vinden rond deze periode die ons een zeer belangrijk voordeel gaf: het ontstaan van geld. In het volgende artikel onderzoeken we het ontstaan van deze tweede belangrijke sociale instelling.


  1. Lovejoy, O. (1988) - Evolution of Human Walking ↩︎

  2. Sockol, M., Raichlen, D. & Pontzer, H. (2007) - Chimpanzee locomotor energetics and the originof human bipedalism ↩︎

  3. Smil, V. (2017) - Energy and Civilization, Ch. 2, p. 23 ↩︎

  4. Harmand, S. et al. (2015) - 3.3-million-year-old stone tools from Lomekwi 3, West Turkana, Kenya ↩︎

  5. Smil, V. (2017) - Energy and Civilization, Ch. 2, p. 23-26 ↩︎

  6. Smil, V. (2017) - Energy and Civilization, Ch. 2, p. 26-28 ↩︎

  7. Harari, Y. (2018) - Sapiens, A Brief History of Humankind, Ch. 1, p. 13-19 ↩︎

  8. Harari, Y. (2018) - Sapiens, A Brief History of Humankind, Ch. 2, p. 20-25 ↩︎

  9. Harari, Y. (2018) - Sapiens, A Brief History of Humankind, Ch. 2 ↩︎

  10. Szabo, N. (2017) - Money, Blockchains and Social Scalability ↩︎